De kunst van kritiek
Kritiek
krijgen is niet leuk, kritiek geven ook niet. Het is allebei wel nodig
om goed te presteren. Hoe ga je ermee om?
Krijg je stevige kritiek, dan is het knap lastig om daar niet emotioneel op te reageren. De ene wordt boos en gaat in de tegenaanval, de andere loopt weg of klapt dicht. Slechts weinigen verstaan de kunst om ontspannen te reageren op kritiek, en de hele zaak weer in goed banen te leiden. Dat maakt dat het geven van kritiek ook niet meevalt.
De kern van kritiek geven is dat je duidelijk maakt wat het gevolg is van iemands gedrag voor jezelf, anderen en de werksituatie.
Enkele tips:
- Spreek enkel over het onderwerp en het probleem. Kritiek mag niet persoonlijk worden. Begin je kritiek ook altijd met ik en niet met jij. "Ik vind jouw voorstel niet goed", klinkt minder erg dan: "Jouw voorstel is niet goed."
- Luister eerst naar wat de ander te zeggen heeft. Laat hem stoom afblazen. Mensen worden toegankelijker wanneer er naar hen geluisterd wordt.
- Vat samen wat je probleem is, wees concreet en zorg ervoor dat de ander begrijpt waarom je kritiek hebt.
- Leg je medewerker uit wat de negatieve gevolgen zijn van zijn gedrag voor jou en de anderen.
- Vermijd absolute uitspraken als 'altijd' of 'nooit'. Mensen zijn vaak geneigd om te veralgemenen: "Je bent altijd te laat." Pas daarmee op.
- Wees opbouwend en geef aan wat je wil en wat je niet wil. Zeg: "Ik wil graag dat je op tijd komt" in plaats van "Je mag niet te laat komen".
- Reageert je medewerker agressief op je beschuldigingen, laat je dan niet verleiden tot ruzie. Leef je in, dan verdwijnt het defensieve gedrag snel, en stel vragen, daarmee trek je het gesprek weer op gang.
- Zoek vervolgens samen met hem een oplossing om zijn gedrag te veranderen, maak een plan en bespreek wat de gevolgen zullen zijn als er niets verandert.
Iemand dwingen om zijn manier van werken te veranderen roept weerstand op. Als je je commentaar slim formuleert, doe je je medewerker zélf inzien dat hij beter zou veranderen.
Kritiek mag je niet te lang oppotten. Dan krijgt het te veel gewicht en wordt het te zwaar. Toch is ook meteen van leer trekken niet zo'n goed idee. Een klein woord kan soms een grote impact hebben. Zo moet je oppassen met het woordje 'maar', want dat bevat een zekere ontkenning. Wat blijft hangen is niet de positieve boodschap, maar de kritiek. Zeg dus niet: Ik vind je een waardevolle medewerker, maar ik wil dat je morgen op tijd komt. Vervang "maar" door "en" en je krijgt een heel ander effect.
[ Meer over evalueren: communicatieve feedback ]
