VDAB
Algemene links
Ga direct naar de inhoud
  • Agenda
  • Cijfers
  • Over VDAB
  • Werklinks
  • Contact
  • Sitemap
Rubrieken van de VDAB website
  • Home
  • Werk zoeken
  • Werk aanbieden
  • Opleidingen
  • Carrière
  • Mijn VDAB
  • Vind een werknemer
  • Plaats een job
  • Adverteer
  • VDAB-diensten
  • Maatregelen
  • Managementlectuur
Pagina spoor
  • Home
  • Werk aanbieden
  • Managementlectuur
  • Boek van de maand

Jonge honden en oude rotten

“Ervaring is niet dat wat er gebeurt met een mens. Het is wat een mens doet met wat er met hem gebeurt.” Deze uitspraak van Aldous Huxley vormt zowat de kern van het betoog van Bennis en Thomas. In hun boek beschrijven zij de invloed van tijdperken en waarden op jonge en oude leiders. Wie wordt en blijft een leider, en waarom?

Bennis en Thomas interviewden een aantal jonge en oude leiders en brachten in kaart hoe zij van elkaar verschillen:

  • Oude leiders - oude rotten - werden volwassen in de periode 1945-1954, het tijdperk van de beperkingen. In de nasleep van de depressiejaren en de Tweede Wereldoorlog hunkerden zij naar een goede baan, een gezond gezin en een thuis zonder zorgen. Het was een periode van voorzichtig optimisme, waarin ze werden aangemoedigd het spel hard te spelen, maar zich wel aan de regels te houden. Oude rotten waren trouw aan hun bedrijf en die trouw werd beloond.
  • Jonge leiders - jonge honden - groeiden op in de periode 1991-2000. Een snelle tijd, met ongekende mogelijkheden, maar weinig houvast. Zij zijn een soort ‘consumenten van alles': van sportdrankjes en gameboys tot politieke standpunten. Jonge honden zijn erg ambitieus. Ze willen geschiedenis schrijven en rijkdom vergaren, en liefst zo snel mogelijk. Ze beschikken over een waaier aan carrièremogelijkheden, experimenteren en testen allerlei alternatieven uit. Ze streven naar succes in hun zakelijk leven, maar vinden de kwaliteit van hun privéleven zeker even belangrijk.

Overeenkomsten

Ondanks hun totaal verschillende achtergrond, blijkt uit de gesprekken dat er ook overeenkomsten zijn tussen de jonge honden en de oude rotten. Een daarvan is hun aanpassingsvermogen. Mensen met voldoende aanpassingsvermogen worstelen net als iedereen met moeilijke gebeurtenissen, maar ze blijven er niet in steken en worden er niet door bepaald.

Aanpassingsvermogen is eigenlijk een soort toegepaste creativiteit, een talent van leiders om te gedijen in chaos, om dubbelzinnigheid en verandering te verdragen. Creatieve leiders weten hoe ze moeten omgaan met onzekerheid. Ze durven de minst bewandelde paden volgen.

Leiderschapsmodel

Op basis van deze overeenkomsten ontwikkelden Bennis en Thomas tot slot een algemeen leiderschapsmodel, waarin een aantal cruciale eigenschappen van leiders vooropgesteld worden:

  • aanpassingsvermogen,
  • anderen enthousiast maken voor een gezamenlijke doelstelling,
  • een 'eigen geluid' (zelfbewustzijn en emotionele intelligentie),
  • integriteit,
  • een jeugdige nieuwsgierigheid en honger naar kennis.

Aan de hand van dit model voorspellen ze wie er waarschijnlijk een leider wordt en waarom anderen de uitdaging niet aankunnen.

 

Jonge honden oude rotten en leiderschap
Warren G. Bennis en Robert J. Thomas
Uitgeverij Thema, 2003, ISBN 90 5871 253 2

Extra diensten

  • Rekruteren
  • Leidinggeven
  • Motiveren
  • Communiceren
  • Onderhandelen
  • Presenteren
  • Evalueren
  • Ontslaan
  • Boeken

© 2010 VDAB - Disclaimer - Hulp nodig? Lees de veelgestelde vragen of mail naar info@vdab.be